BWBR0034331 44 1 De Kamer behoeft de voorafgaande instemming.
Oorspronkelijke tekst BWBR0034331 44 1 De Kamer behoeft de voorafgaande instemming
Gepubliceerde tekst BWBR0034331 44 1 De Kamer behoeft de voorafgaande instemming
1 De Kamer behoeft de voorafgaande instemming van Onze Minister voor. a handelingen zelfstandige bestuursorganen vrijstellen van de eis van voorafgaande instemming voor zover het bij de handeling betrokken bedrag een bij de vrijstelling bepaald bedrag niet overschrijdt. als bedoeld in artikel 32 onder a tot en met g van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;b investeringen in infrastructurele voorzieningen ten behoeve van of mede ten behoeve van anderen dan de Kamer zelf. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van handelingen van rechtspersonen van wie de meerderheid van de aandelen of de stemrechten in de algemene vergadering direct of indirect in handen is van de Kamer of van wie de meerderheid van de bestuurders of van de commissarissen direct of indirect door de Kamer wordt benoemd. 3 Onze Minister kan aan de instemming voorschriften en beperkingen verbinden. 4 Onze Minister kan handelingen als bedoeld in artikel 32 onder c van de Kaderwet Vergelijk met een eerdere versie . Relatie met aandelen: term.
Relatie met bestuursorganen: term.
Relatie met financieel toezicht: term.
Relatie met informatie: term.
Relatie met kaderwet zelfstandige bestuursorganen: term
Relatie met stemrechten: term.
Relatie met vrijstelling: term.
Relatie met wetstechnische: term.
|