|
|
BWBR0043634 1 Begripsbepalingen
|
| |
|
| Beschrijving: |
BWBR0043634 1 Begripsbepalingen.
Oorspronkelijke tekst 1 Begripsbepalingen
41. a subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;b overige bijdragen uit publieke middelen;c rentebaten;d bijdragen in natura;e kapitalisatie van vrijwilligers;f waardering vrijkaarten;eng overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap . als bedoeld in afdeling 3 2 met uitzondering van het daarin opgenomen artikel 3 17 of de artikelen 3 26 3 31 3 35 3 36 of 3 40 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid zoals die luidde op 11 november 2019;2 de de hoofdstukken 3a en 3a1 instelling waaraan in de jaren 20212024 subsidie wordt verstrekt op grond van artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in i afdeling 3 2 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;ii de artikelen 3 26 3 30 3 33 3 34 3 37 3 39 3 40 3 41 3 42 3 44 of 3 51 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;ofiii artikel 3 14 van de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiering museale instellingen c meerjarige fondsinstelling voor wat betreft 1 de paragraaf 2 van hoofdstuk 4 instelling waaraan in de jaren 20172020 waaronder in elk geval in 2020 voor ten minste twee aaneengesloten jaren subsidie wordt verstrekt op grond van voor wat betreft i Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie de door het bestuur daarvan vastgestelde Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 20172020;ii Stichting Mondriaan Fonds stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed de door het bestuur daarvan vastgestelde Deelregeling Meerjarenprogramma s Presentatie en Erfgoedinstellingen voor zover het betreft subsidies aan instellingen die primair tot doel hebben hedendaagse beeldende kunst te presenteren;iii Stichting Nederlands Fonds voor de Film het door het bestuur daarvan vastgestelde Deelreglement Filmactiviteiten voor zover het betreft een meerjarige activiteitensubsidie in de categorie filmfestival; Algemeen Reglement voor zover het betreft een subsidie aan een productiemaatschappij als bedoeld in dat reglement;iv Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten de door het bestuur daarvan vastgestelde Deelregeling meerjarige activiteitensubsidies Fonds Podiumkunsten 20172020;v Stichting Nederlands Letterenfonds de door het bestuur daarvan vastgestelde Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 20172020; Regeling literaire manifestaties en activiteiten incidenteel en tweejarig voor zover het betreft subsidies als bedoeld in artikel 4 onderdeel b van die regeling;vi Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie de door het bestuur daarvan vastgestelde Deelregeling twee- en vierjarige Activiteitenprogramma s Creatieve Industrie; Deelregeling tweejarige Activiteitenprogramma s Creatieve Industrie; Deelregeling Festivals Creatieve Industrie voor zover het betreft subsidies die zijn verstrekt op verzoek van de minister bij brief van 15 september 2017 met kenmerk 1238653;2 de de paragrafen 2a en 2b van hoofdstuk 4 instelling waaraan in de jaren 20212024 waaronder in elk geval in 2021 voor ten minste twee aaneengesloten jaren subsidie wordt verstrekt op grond van voor wat betreft i Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie de door het bestuur daarvan vastgestelde Regeling meerjarige subsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 20212024;ii Stichting Mondriaan Fonds stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed de door het bestuur daarvan vastgestelde Deelregeling Meerjarenprogramma s Presentatie- en Erfgoedinstellingen 2017 zoals die luidde op 8 juni 2020 en voor zover het betreft subsidies aan instellingen die primair tot doel hebben hedendaagse beeldende kunst te presenteren; Deelregeling Kunstpodia 20202024;iii Stichting Nederlands Fonds voor de Film het door het bestuur daarvan vastgestelde Deelreglement Filmactiviteiten voor zover het betreft een meerjarige activiteitensubsidie in de categorie filmfestival; Algemeen Reglement voor zover het betreft een subsidie aan een productiemaatschappij als bedoeld in dat reglement;iv Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten de door het bestuur daarvan vastgestelde Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 20212024; Deelregeling meerjarige festivalsubsidies Fonds Podiumkunsten 20212024;v Stichting Nederlands Letterenfonds de door het bestuur daarvan vastgestelde Regeling vierjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 20212024; Regeling tweejarige subsidies Nederlands Letterenfonds 20212024;vi Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie de door het bestuur daarvan vastgestelde Regeling Vierjarige Instellingssubsidie Creatieve Industrie 20212024; Regeling 1- en 2-jarig Activiteitenprogramma;d cruciale regionale instelling museum pop podium of filmtheater niet zijnde een BIS-instelling of meerjarige fondsinstelling met een 1 de dragende functie in de culturele infrastructuur in de regio;en2 de belangrijke functie in de landelijke keten;e overige OCW-cultuurinstelling voor wat betreft 1 de hoofdstuk 3 instelling die activiteiten uitvoert die i gelijksoortig zijn aan de kernactiviteit van een producerende BIS-instelling die een museale collectie beheert;enii op structurele basis wordt gesubsidieerd met middelen uit de begrotingsartikelen 1 3 14 15 en 16 behorende bij de Wet van 18 december 2019 houdende vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap VIII voor het jaar 2020 Stb 2020 18 anders dan op grond van artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;2 de de hoofdstukken 3a en 3a1 i instelling als bedoeld onder 1 de waarvan de in dat onderdeel bedoelde subsidie is voortgezet voor het jaar 2021;ofii afgewezen BIS-aanvrager met positieve beoordeling waaraan voor de periode 20212024 een meerjarige subsidie wordt verstrekt op grond van artikel 1 eerste lid van het Besluit op het specifiek cultuurbeleid voor de uitvoering van het plan dat hij heeft ingediend in het kader van de aanvraag voor subsidie voor voornoemde periode op grond van artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;f afgewezen BIS-aanvrager met positieve beoordeling instelling waaraan voor de periode 20212024 een subsidie op grond van artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid is geweigerd op basis van een negatief subsidieadvies met positieve beoordeling uitgebracht door de Raad;g afgewezen fondsaanvrager met positieve beoordeling instelling waaraan een meerjarige subsidie in de periode 20212024 op grond van een regeling als bedoeld in het eerste lid onderdeel c onder 2 de sub i ii en vi is geweigerd op basis van een negatief subsidieadvies met positieve beoordeling uitgebracht door een door het betrokken bestuur ingestelde commissie;h negatief subsidieadvies met positieve beoordeling advies om geen subsidie te verlenen dat steunt op het oordeel dat de aanvraag van de instelling ondanks een positieve beoordeling van het daarbij behorende plan na onderlinge weging van met elkaar concurrerende aanvragen niet subsidiabel is;i reserves vrij besteedbaar vermogen behorende tot 1 de de algemene reserve;2 de het stichtingskapitaal;en3 de het bestemmingsfonds OCW;j lopende subsidie voor wat betreft een 1 de producerende BIS-instelling subsidie als bedoeld in onderdeel b;2 de fonds subsidie die wordt verstrekt op grond van artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;3 de meerjarige fondsinstelling subsidie als bedoeld in onderdeel c;4 de overige OCW-cultuurinstelling subsidie<a href="https wet bedoeld in onderdeel e onder 2 de;k Kamerbrief van 15 april 2020 brief van de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap van 15 april 2020 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Kamerstukken II 2019 20 35 441 nr 7 ;l Kamerbrief van 16 november 2020 brief van de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap van 16 november 2020 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Kamerstukken II 2020 21 32 820 nr 400 ;m Kamerbrief van 10 februari 2021 brief van de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap van 10 februari 2021 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Kamerstukken II 2020 21 32 820 nr 408 ;n Kamerbrief van 7 juni 2021 brief van de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap van 7 juni 2021 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Kamerstukken II 2020 21 32 820 nr 418. 2 Onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten welke terug te vinden zijn in de Jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening verstaan a publieksinkomsten;enb overige inkomsten zijnde 1 de directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;2 de indirecte opbrengsten;en3 de overige bijdragen. 1 In deze regeling wordt verstaan onder a minister Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap;b producerende BIS-instelling voor wat betreft 1 de hoofdstuk 3 instelling waaraan in de jaren 20172020 subsidie wordt verstrekt op grond van artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid voor het uitvoeren van een of meer kernactiviteiten ten overheid nl BWBR0043634 2021-12-29#search highlight29" in 2021 is verleend. als bedoeld in artikel 2a eerste lid aanhef en onderdeel a. 3 Het eerste lid is tevens niet van toepassing op subsidieverstrekking aan een fonds voor zover de subsidie Vergelijk met een eerdere versie . Relatie met BWBR0043634 2. Algemene bepalingen: artikel
|
|
|
|
|
|
|